De burgerlijke gemeente en de zorg

 

De overheid gaf in 2012 meer dan 70 miljard uit aan gezondheids- en welzijnszorg, tegenover 40 miljard in het jaar 2000. En nog steeds geven we ieder jaar meer geld uit.

Inmiddels meer dan 90 miljard.

In een vergelijk betekent dit:

Van wat we jaarlijks aan de politie uitgeven kunnen we maar 1 maand zorg betalen. M.b.t. het basisonderwijs is dat nog geen 2 maanden. En stoppen we met alle uitgaven aan cultuur dan levert dat een bedrag op waar we nog geen week zorg van kunnen betalen.

Nederland loopt vooral uit de pas met de uitgaven voor de langdurige zorg.

Deze zijn bijna nergens in de wereld zo hoog.

Maar niet alleen de financiën spelen een rol, ook herziening van de zorg is nodig.

Mensen stellen steeds meer en andere eisen aan de zorg. Mensen willen zelf bepalen hoe zij hun leven -ondanks hun beperkingen- zo gewoon en zelfstandig mogelijk inrichten.

Om dat te kunnen bereiken zijn zelfstandig wonen, maatwerk, keuzevrijheid en betrokkenheid van de familie heel belangrijk.

De vergrijzing neemt toe.

In 2010 waren er 2,4 miljoen ouderen. In 2050 zullen dat er naar verwachting 4,6 miljoen zijn. Dit heeft tot gevolg dat er in 2030 meer dan 1 miljoen kwetsbare ouderen zullen zijn.

Ook de levensverwachting is veranderd. Was die rond 1900 rond de 50 jaar.

De verwachting is dat die in 2040 voor mannen 83 en voor vrouwen 87 jaar zal zijn.

En van de meisjes die na 2000 geboren zijn wordt -naar de mens gesproken- verwacht dat de helft hun 100e verjaardag zullen vieren.

En om nog enkele aspecten te noemen: ook de medische mogelijkheden zijn zeer toegenomen.

Een voorbeeld: iemand kreeg een tijdje geleden een geheel nieuwe schedel om maar eens een actuele ontwikkeling te noemen. Prachtig dat het kan. Een jonge vrouw van 22 was ten dode opgeschreven omdat haar hersenen door verdikking van haar schedel steeds meer in de verdrukking kwamen.

Maar dat dit waarschijnlijk enorm veel geld kost kan een ieder begrijpen.

Er komen minder werkzame personen.

En zo zijn er nog wel meer invloeden te noemen.

Er bestaat veel misverstand over waar het nu precies om gaat bij de invoer van deze taken binnen de WMO.

Concreet wil het kabinet gemeenten vanaf januari verantwoordelijk maken voor maatwerk aan mensen die begeleiding, dagopvang/dagbesteding, vervoer, kortdurend verblijf en/of een beschermende omgeving nodig hebben. Voor wat betreft de Huishoudelijke Zorg, de huishoudelijke hulpen die zorg is al vanaf 2007 bij de WMO ondergebracht; daar moet volgend jaar overigens wel 30% op bezuinigd worden, eerder was het de bedoeling van 40%, dat is iets teruggedraaid.

Als het gaat om zorg en verpleging als zodanig dan is dat een verzekerd recht en valt niet onder de WMO.

Decentralisatie en kleinschaligheid van de zorg biedt mogelijkheden voor kortere lijnen, samenspel van lokale organisaties, vrijwilligers en kerkelijke gemeenschappen. Zo kunnen ongedachte, maar effectieve combinaties worden gecreëerd en kan maatwerk aan de cliënt worden geleverd.

De toekomst van de zorg is voor een partij als de SGP een aangelegen thema. De partij wil zich bij haar standpuntbepaling laten leiden door het Woord van God. De zorg voor de naaste is een belangrijk Bijbels gebod. Mensen dienen oog te hebben voor elkaar. Het gaat niet alleen om onze naaste ver weg, bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden, maar ook om onze naaste dichtbij, zoals onze familie en onze buren.

De SGP heeft altijd kritisch gestaan tegen een te ver doorgevoerde verzorgingsstaat. Het is daarom goed dat verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving worden herijkt.

Tegelijkertijd moeten we pijnlijk constateren dat het eigen zorgvermogen van de samenleving erg is verzwakt.

De overheid is daar mede verantwoordelijk voor, omdat ze de individualisering in sterke mate bevordert.

Sociale verbanden komen daardoor sneller onder druk te staan. In het overheidsbeleid ligt de nadruk op het tweeverdienerschap en stabiele relaties worden ondergewaardeerd.

Dit heeft gevolgen voor de beschikbaarheid en bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen.

De decentralisatie van de zorg naar de gemeenten is inmiddels bij wet besloten. Er zal 25% minder budget beschikbaar zijn.

We ontkomen er niet aan, een omslag te maken, een kanteling van:

‘Recht hebben op………..’ naar ‘maatwerk voor………….’, afgestemd op de situatie als zodanig.

Meer in eigen kracht en eigen regie. Dat klinkt prachtig en dat moet ook, waar het kan. Uitgaan van wat mensen nog kunnen in plaats van wat ze niet kunnen, maar tegelijk zullen we er oog voor moeten hebben dat niemand tussen wal en schip valt.

Vanuit die gedachte moeten er kaders en budget gesteld worden en moeten ambtenaren getraind worden en hun werk doen.

In een bijdrage in een eerdere raadsvergadering heb ik als casus in dit verband genoemd: Oog dus voor dat echtpaar van rond de 85 waarvan de man halve nachten door het huis loopt omdat hij dementerend is.

Want dan red je het niet meer met mantelzorg en vrijwilligers die de vrouw proberen te ontlasten zodat ze haar oude buren of een bejaardenmiddag kan bezoeken en een middagje van huis weg kan, maar dan ben je heel dankbaar, als je inmiddels al veel op je eigen kracht hebt ingeleverd dat de regie je uit handen genomen wordt. Dan kan de regie je gestolen worden, denk ik.

Enerzijds dus geen overdadige zorg wat maar al teveel is voorgekomen in de tijd dat je een indicatie kon krijgen om een boodschapje te doen en de eigen kinderen thuis op de bank zaten, want je had er……….. toch immers recht op.

Anderzijds wel zorg voor onze medemens die het echt nodig heeft.

Wat kan de burgerlijke gemeente als zodanig doen:

Ik noem enkele zaken. Geen indicaties in zijn huidige vorm, op basis van zorguren en zorgminuten waarvoor -binnen instellingen- hele afdelingen in het leven geroepen zijn en softwarepakketten aangeschaft zijn om die zorguren en minuten te kunnen registreren en te declareren waarvan zorgkantoren een exacte verantwoording eisten. Maar meer ondernemerschap bij de zorgaanbieders.

In dit verband noem ik concepten als Buurtzorg en Thomashuizen.

Prachtige vormen van ondernemerschap. Platte organisaties met zo weinig mogelijk bureaucratie maar maatwerk voor de zorgnemer. Niet meer afrekenen op zorguren en zorgminuten maar op resultaat.

Niet een veelheid aan therapeuten en hulpverleners over de vloer als er meer problemen in een gezin spelen die ieder vanuit hun eigen –afgeschermd- vakgebied opereren. Maar een totaalplaatje waarbij bijvoorbeeld de arts tegen de wijkverpleegkundige of een wijkteamlid kan zeggen dat gezin heeft wat meer zorg nodig. Ga daar eens langs. Kijk eens wat nodig is.

En dan niet een verslag en allerlei besprekingen en bespiegelingen vooraf maar gewoon de handen uit de mouwen en zo snel mogelijk ter zake komen c.q. tot actie komen.

Zeer belangrijk is keuzevrijheid op basis van levensbeschouwing,cultuur en of zorginhoudelijke aard. Daarbij hoort een PGB, (Persoonsgebonden Budget) en dan niet meer zo gemakkelijk als het geweest is en je zomaar een budget op je rekening gestort kreeg of je het nu wel of niet kon beheren, maar op basis van trekkingsrecht waarbij de gemeente duidelijk de hoogte van het budget aangeeft. Dat kan betekenen dat de cliënt zelf iets moet bijbetalen.

Aandacht en waardering voor mantelzorgers met een goede regeling voor respijtzorg in de volle breedte van de zorg, wanneer een mantelzorger tijdelijk ontlast moet worden.

Een toegankelijke, gebruiksvriendelijke databank voor het vrijwilligerswerk waarbij vraag en aanbod samenkomen en derhalve gematcht kunnen worden.

Bevordering van leefbaarheid en burgerkracht in de wijk, met aandacht voor elkaar.

En wat kan en wil de kerk daarin betekenen?

De kerk moet zich in alle ernst afvragen of hier een taak voor hen ligt.

Dat gaat dan verder dan ondersteuning binnen de eigen kerkmuren.

De Bijbelse opdracht om voor onze naaste te zorgen kunnen we op veel plaatsen in de Bijbel vinden.

In het Oude Testament vinden we dat terug in de burgerlijke wetten die de Heere aan het volk van Israël heeft gegeven. Armen moesten worden onderhouden en hulpbehoevenden worden beschermd en verzorgd (Deut. 15:11). De mens is geschapen om tot eer van God te leven.

In Spreuken 14:31 kunnen we lezen dat de zorg voor de naaste daarop ook betrekking heeft: “Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, die eert Hem.”

Er zijn nog wel meer teksten te noemen, ook vanuit het NT.

De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan is daarvan een duidelijk voorbeeld. Uit deze gelijkenis blijkt dat we niet alleen dienen te zorgen voor mensen die tot de eigen kring of familie behoren.

Ook Galaten 6:10 zegt: Laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs. Ook onderstreept de Heere Jezus dat in Zijn bergrede en aan het eind van Zijn leven op aarde als Hij spreekt over het laatste oordeel (Matth 25.) Dan zijn we niet klaar -om het zo eens te zeggen- met af en toe een gift aan Bijzondere Noden

Het is dus belangrijk dat kerken nadenken over de vraag wat kerk-zijn in de 21e eeuw inhoudt.

De houding van kerken ten opzichte van het publieke domein verschilt sterk.

- Er zijn kerken die vrijwel geheel teruggetrokken zijn uit de maatschappij.

Zij zien zich als een gemeenschap die afgegrensd moet zijn van de wereld.

- Andere kerken laten een beperkte openheid naar de samenleving zien.

- Er zijn ook kerken die zoveel mogelijk openheid willen betonen en eenzijdig hun publieke rol benadrukken.

Kerken kunnen daarom een waardevolle betekenis hebben voor de samenleving.

Lange tijd waren de kerken bij de overheid niet in beeld om een rol te spelen in het publieke domein. In onze gesecualiseerde samenleving wordt veel waarde gehecht aan de scheiding van kerk en staat.

Die scheiding zou op gespannen voet staan met een actieve bijdrage van kerken aan de uitvoering van overheidsbeleid. Die huiver lijkt minder te worden, hoewel ze nog wel degelijk bestaat.

Er zijn nog steeds burgerlijke gemeenten die vinden dat kerken niet bij de uitvoering van de WMO betrokken moeten worden. De scheiding van kerk en staat betekent echter dat de overheid geen macht mag uitoefenen in de kerk en dat de kerk geen regels kan voorschrijven aan de overheid. Het gaat dus om scheiding van instituties.

Een kerk is er echter niet primair om zich zoveel mogelijk om het wel en wee van de maatschappij te bekommeren. De rol van de kerk is veel meer dan dienstverlening. De hoofdtaak van de kerk is de verkondiging van de boodschap van het Evangelie, van zonde en genade. De kerk heeft echter ook een taak om behoeftige mensen te helpen.

Een kerkelijke gemeenschap kan ook in dit opzicht een licht op een berg zijn, als ze banden aangaat met mensen van buiten; en deel uitmaakt van netwerken in de samenleving.

Kerken kunnen zich profileren als gemeenschap van zorg en liefde. De eerste christenen hebben dat gedaan.

Kerken vormen veelal een hechte groep waar goed voor elkaar wordt gezorgd. Dat is goed en ook daarvan kan een getuigenis uitgaan naar de samenleving. De heidenen zeiden van de eerste christenen “Ziet hoe lief zij elkaar hebben.”

Kortom: De kerk dient zich de nood in de wereld aan te trekken.

Ze moet dit doen als kerk en niet als verlengstuk van de overheid.

Het gaat om de presentie van de kerk in de samenleving om dienstbaar te zijn vanuit de christelijke roeping om God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf.

Dat heeft zondermeer consequenties en daar moet u goed over nadenken.

Kan uw kerkelijke thuishulp, zoals die bij de meeste kerken heet, en waar de meeste kerken over beschikken, uitgebreid worden naar buiten de kerkelijke gemeente. Zijn daar voldoende vrijwilligers voor beschikbaar.

En ook niet onbelangrijk: wat komen die vrijwilligers dan tegen.

Ik wil u in dit verband graag enkele praktische zaken noemen:

Zorg er voor dat uw thuiszorg goed georganiseerd is, waar u als kerkenraad goed grip op heeft, maar ga het niet zelf doen, zorg voor een aantal professionele coördinatoren geef hen de ruimte en vertrouwen.

Zorg voor duidelijke kaders, bepaal wat zorggezinnen zijn en wie niet.

En spreek regelmatig met elkaar.

Wellicht kan er sprake zijn van samenwerking met andere kerken.

Raadpleeg de website van uw gemeente.

De gemeenten zijn autonoom om de hun toebedeelde taak inhoud te geven. Volg de berichtgeving van uw gemeente.Zorg voor een vertegenwoordiging in de WMO-adviesraad van uw gemeente.

De gemeenten zijn verplicht de WMO adviesraad om advies te vragen van alle voorstellen die in de raad aan de orde komen. De gemeenteraad neemt die adviezen heel serieus.

Zorg er voor dat u aanwezig bent en mee denkt wanneer de gemeente met het maatschappelijk middenveld, met u als kerk, in gesprek gaat. Heb ook contact met uw plaatselijke christelijke politieke partijen.

De fractie(s) willen u graag ontvangen. Vraag er naar en probeer sturing te geven aan de keuzevrijheid die de burgers hebben zodat ook stichtingen uit onze kring zorg kunnen blijven bieden.

Heb er oog voor dat sommige ambtenaren maar weinig weten van een kerkelijke gemeente. Er huiverig tegenover staan. Bang zijn voor evangelisatie. Geef hen uw gemeentegids of informeer hen op een andere wijze van uw kerkgemeenschap, van uw visie, van uw thuishulporganisatie.

Er ligt een prachtige en noodzakelijke taak maar denk daar als kerkenraad wel goed over na.

Afrondend, om tot een betrokken samenleving te komen, de zogenaamde participatiemaatschappij, is voor zowel de overheid als de kerk, tijd en wijsheid nodig. Maar het is niet onmogelijk en zeer noodzakelijk.

Er ligt niet alleen een financiële uitdaging voor met name de burgerlijke gemeenten maar ook een maatschappelijke uitdaging voor een ieder van ons en richtlijnen vanuit Gods Woord.

 

Auteur: Rien van der Boom

raadslid voor de SGP

gemeente Goeree Overflakkee.

11 10 2014