wmo220 Wet Maatschappelijke Ondersteuning

 

Gemeenten zijn door de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)  verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning van mensen die op welk terrein dan ook hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving. Dat kan bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk en mantelzorg, maar ook met goede informatie en advies, opvoedingsondersteuning en huishoudelijke hulp.

Het begrip 'maatschappelijke ondersteuning'  is in de Wmo verwoord in negen prestatievelden. Het ministerie van VWS geeft de kaders aan waarin elke gemeente haar eigen beleid kan maken. Gemeenten kunnen zelf bepalen op welke wijze ze hun beleid afstemmen op de wensen en samenstelling van de inwoners.

 

Prestatievelden

  1. het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten
  2. op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden
  3. het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning
  4. het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
  5. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of chronisch psychisch probleem en mensen met een pscychosociaal probleem
  6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer
  7. het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang
  8. het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen
  9. het bevorderen van verslavingsbeleid

Doelgroepen

  1. mensen met een verstandelijke beperking
  2. ouderen met psychogeriatrische problemen die zich niet meer op de samenleving oriënteren
  3. mensen met ernstige en langdurige psychiatrische klachten
  4. doelgroepen van de openbare geestelijke gezondheidszorg
    a. zorgwekkende zorgmijders
    b. mensen met verslavingsproblemen
    c. daklozen
  5. 'stille' slachtoffers van huiselijk geweld
  6. mensen met zintuiglijke problemen
  7. groepen allochtone burgers

Decentralisatie
Gemeenten worden vanaf 2015 geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging van met mensen met een ZZP VG 1 en 2 en een deel van 3. De aanspraken worden beperkt, dienstverlening wordt versoberd en meer gericht op waar ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het verandert daardoor van een verzekerd recht in een voorziening.

  • de functie dagbesteding wordt in 2015 geschrapt
  • voor de functie persoonlijke verzorging vervalt in 2014 het recht op zorg bij een indicatie korter dan 6 maanden en wordt de norm voor gebruikelijke zorg van 60 naar 90 minuten per dag verhoogd
  • de aanspraken op huishoudelijke hulp worden in 2015 beperkt (voor nieuwe gevallen in 2014) door een maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen
  • er komt een verplichting om ‘oude’ scootmobielen en hulpmiddelen te herbruiken
  • gemeenten krijgen een zeer ruime beleidsvrijheid met betrekking tot de concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen

De decentralisatie vanuit de AWBZ naar de Wmo biedt kansen om op lokaal niveau deze ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie dichterbij te organiseren. Gemeenten zijn in staat de eigen kracht en mogelijkheden van burgers en hun sociale netwerk aan te spreken en maatwerk in de directe omgeving te realiseren. Ook kunnen zij verbindingen leggen met andere Wmo-voorzieningen en andere gemeentelijke domeinen, zoals re-integratie, de bijstand of het woonbeleid. Zo wordt de begeleiding meer doelmatig en effectief georganiseerd.

Het ministerie van VWS en de VNG zijn gezamenlijk verantwoordelijk om de decentralisatie van de functie extramurale begeleiding goed te laten verlopen zodat burgers die na de overheveling begeleiding nodig hebben, op grond van de Wmo adequaat worden ondersteund. Daarom is een gezamelijke organisatie opgericht: het Transitiebureau Begeleiding. Dit bureau bereidt gemeenten, zorgaanbieders en cliënten(organisaties) voor en ondersteunt hen in de uitvoering van de decentralisatie.

 

Hulp en ondersteuning Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. En dat ze de hulp krijgen die ze nodig hebben. De gemeente bepaalt samen met de hulpvrager wat daarvoor nodig is.

Voorbeelden van hulp en voorzieningen die onder de Wmo vallen zijn:

  • Huishoudelijke hulp, zoals hulp bij het opruimen, schoonmaken en ramen zemen.

  • Aanpassingen in de woning, bijvoorbeeld een traplift of een verhoogd toilet. 

  • Vervoer in de regio, voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen.

  • Rolstoel. Een rolstoel krijgt u alleen via de Wmo als u deze voor langere tijd nodig heeft. Voor hulpmiddelen voor tijdelijk gebruik kan contact worden opgenomen met de thuiszorgwinkel, het thuiszorguitleenmagazijn of de zorgverzekeraar. 

  • Maaltijdverzorging. Ook wel warme maaltijdvoorziening of tafeltje- dekje genoemd.

  • Maatschappelijke opvang, bijvoorbeeld blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang.

  • Verhuiskostenvergoeding. Deze krijgt men als men door ouderdom, ziekte of een handicap naar een aangepaste woning moet verhuizen.

  • Hulp aan buurthuizen en verenigingen

Wmo-voorzieningen aanvragen

Voor het aanvragen van hulp kan men terecht bij het Wmo-loket in de eigen gemeente. Wie in aanmerking komt, kan kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura. Met een pgb kan men de zorg of hulp zelf inhuren. Bij zorg in natura regelt de gemeente de zorg voor de hulpvrager. De gemeente bepaalt dan bijvoorbeeld wat voor soort rolstoel men krijgt. Of wie de hulpvrager gaat helpen in de huishouding. Soms moet daarvoor een eigen bijdrage voor de Wmo worden betaald.

 

Bron: Deze informatie is (grotendeels) afkomstig van de Rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 

 


 

De gang van zaken bij een WMO-aanvraag in stappen:

 

wmo2014def