De komst van de nieuwe Jeugdwet geeft kerken huiswerk, stelt Gert van Leeuwen

 

 

 Opvoeding

Elke burgerlijke gemeente bereidt zich op dit moment voor op de consequenties van de nieuwe Jeugdwet, die onlangs door de Tweede Kamer werd aangenomen en die per 1 januari 2015 van kracht wordt. Het zou goed zijn als elke kerkelijke gemeente dat ook zou doen, gezien de veranderende samenleving en de terugtredende staat.

Wat betreft het eerste: de veranderingen in de samenleving gaan snel en de samenleving ontworstelt zich verder en verder aan de Bijbelse uitgangspunten. Onze kinderen staan daar middenin en komen er intensief mee in aanraking. Het opvoeden van kinderen is in deze context beslist niet eenvoudig. Dat stelt voor opvoedingsvragen die meer dan ooit verweven zijn met de ontwikkelingen in de samenleving. Veel ouders ervaren hierbij verlegenheid en vragen om ondersteuning.

 

 

Een tweede achtergrond die kerken in beweging zou moeten brengen, is het terugtreden van de overheid uit de zorg voor jongeren. Het huidige zorgsysteem is gebaseerd op het medische model. Kinderen met afwijkend gedrag worden daarin geclassificeerd en krijgen een label, bijvoorbeeld ADHD. Dat etiket is nodig omdat de overheid pas daarna bereid is de kosten van de professionele hulp te betalen. l-let label opent de slagboom op de weg naar de hulpverlening.

De hoeveelheid vragen om professionele hulp is de afgelopen jaren echter enorm toegenomen. De overheid heeft daarom geconstateerd dat de slagboomsystematiek onbetaalbaar is geworden. Vandaar dat er een nieuwe wet is aangenomen. Die komt erop neer dat ouders weer „in hun kracht” moeten worden gezet. Het uitgangspunt is dat ouders in staat zijn om hun eigen kind op te voeden. Als er moeilijke momenten zijn, moeten de ouders geholpen worden om het zelf te doen. Het gezin moet zich daarbij gesteund weten door degenen die het omringen: familie, vrienden, school en kerk.

 

 

Kanteling

Deze nieuwe lijn betekent een kanteling in het denken, Onze koning zei in de Troonrede dat onze verzorgingsstaat verandert in een participatiemaatschappij. Inmiddels is dit het Woord van het Jaar. Burgers

worden niet langer verzorgd, maar moeten voor zichzelf en voor hun naaste leren zorgen, Dat sluit aan bij de Bijbelse noties over de zorg voor onze medemens.

Maar deze kanteling vindt niet van de ene op de andere dag plaats. Om die reden is het zorgelijk dat

professionele hulpverleners ontslag wordt aangezegd terwijl de kanteling nog niet heeft plaatsgehad. Bovendien is ook nog niet duidelijk hoe het er na de kanteling precies uit komt te zien. Zorginstellingen verkeren in zwaar weer. Het is volstrekt onduidelijk hoeveel werk er in de toekomst voor ze is. Dat deze professionele hulpverleners nodig blijven, staat als een paal boven water. We leven in een gebroken wereld. Er zullen ook in de toekomst kinderen begeleid moeten worden vanwege hun (zeer) complexe problematiek.

 

 

Professionele hulpverleners blijven dus nodig. Het is dan wel de vraag of de gemeente, die verantwoordelijk

wordt voor de jeugdhulp, bereid is mee te werken aan de inzet van een identiteitsgebonden hulpverlener. in de wet is gelukkig opgenomen dat de burger hierin keuzevrijheid heeft Daar zullen burgers zelf ook heel alert op moeten zijn. Alleen een hulpverlener uit de eigen gezindte zal uw keuzes rond de opvoeding echt kunnen begrijpen.

Het zou daarom goed zijn als niet alleen de burgerlijke gemeenten, maar ook de kerkelijke gemeenten zich

voorbereiden op de nieuwe Jeugdwet. De kerkelijke gemeente behoort immers een grote familie te zijn? Zij dient schouder aan schouder te staan rondom de gezinnen. Diverse kerken kennen reeds een vrijwilligersorganisatie.

Onderling wordt reeds hulp geboden. Vaak gaat het dan om huishoudelijke zaken. l-let is echter ook nodig om ouders vanuit de kerkelijke gemeenschap te ondersteunen bij de opvoeding.

 

 

Gesprekskringen

Dat kan op verschillende manieren worden ingevuld: van het deelnemen aan gesprekskringen tot het

daadwerkelijk ontlasten van een overbelaste moeder. Ook kunnen er familienetwerkberaden worden

georganiseerd waarin de kerk samen met het gezin en degenen die het omringen, kan nadenken over de vraag hoe een probleemsituatie kan worden opgelost. De kerkelijke gemeenschap kan zo een uitstekende rol spelen in de versterking van de pedagogische kracht van het gezin. Laat de kerk haar taak hierin verstaan en ondersteuning bieden aan eenieder die dat nodig heeft.

Omdat de burgerlijke gemeente verantwoordelijk wordt voor veel zorgtaken is het overigens voor een kerkelijke gemeenschap van belang om goede contacten te onderhouden met de burgerlijke overheid. Dat biedt ook mogelijkheden om aandacht te vragen voor de inzet van identiteitsgebonden instellingen wanneer de vraagstukken te oompiex zijn voor de informele ondersteuning.

 

 

 

 

De auteur is raadslid in Neder-Betuwe en voorzitter van de raad van bestuur van Berséba, het landelijk

samenwerkingsverband van reformatorische scholen.