Huisbezoek

DE DIAKEN OP BEZOEK IN DE GEMEENTE

 

 

Huisbezoek

Huisbezoek – in artikel 23 van de DKO ‘de bezoeking’ genoemd – behoort volgens genoemd artikel tot ‘der ouderlingen ambt’. Huisbezoek is bedoeld om de geestelijke welstand van de gemeenteleden te onderzoeken en de godzalige openbaring van het leven te bevorderen. Bij huisbezoek staat het herderlijke werk sterk op de voorgrond. Daarom is huisbezoek de taak van predikanten en ouderlingen.

In veel van onze gemeenten verzorgen de ouderlingen en diakenen samen de huisbezoeken. De diaken gaat dan mee als ‘hulpouderling’. De Dordtse Kerkorde voorziet in deze mogelijkheid in artikel 38, 2e gedeelte, waar staat: ‘En waar het getal van de ouderlingen zeer klein is, zullen de diakenen mede tot de kerkenraad mogen genomen worden’. Welk getal hierbij nog als ‘zeer klein’ aangemerkt mag worden, is niet nader omschreven. Het gaat in dit artikel over nieuw op te richten en kleine kerkenraden. In de praktijk wordt er uitgegaan van de praktische overweging dat het in de meeste gevallen niet goed te doen is om alle huisbezoeken te laten plaats vinden zonder medehulp door de diakenen. De diaken die als ‘hulpouderling’ meegaat op huisbezoek, heeft in die functie en op dat moment dezelfde bevoegdheid als de ouderling, ook in zaken van leer en regering. Maar deze bevoegdheid heeft hij niet uit kracht van zijn diaconaal ambt, maar uit kracht van de kerkelijke regeling waarbij één van de voornaamste motieven is, dat de heerschappij van zeer weinigen in de kerk zoveel mogelijk geweerd wordt.

De diaken die in de functie van ‘hulpouderling’ meegaat op huisbezoek, moet dan ook beseffen dat zijn medebevoegdheid een afgeleide bevoegdheid is. Zo moet hij zich bescheiden opstellen en de leiding van het gesprek over de wezenlijke zaken die bij het huisbezoek behoren, overlaten aan de predikant of ouderling.

De diaken kan tijdens een huisbezoek wel vanuit zijn eigen ambtelijke taak ook de dienst der barmhartigheid inbrengen, maar deze inbreng moet apart staan van het wezenlijke doel van het huisbezoek, namelijk het onderzoek naar wat de prediking uitgewerkt heeft in het leven van de betreffende gemeenteleden.

Vanuit zijn eigen ambtelijke taak kan de diaken tijdens het huisbezoek vragen naar materiële noden in een gezin en hij kan ook oproepen om mee te werken aan diaconale taken binnen de gemeente.

Het op zo’n moment toegeven van en praten over hun financiële nood kan voor mensen erg moeilijk liggen. Ouders kunnen in grote nood zitten, maar zij durven er niet over te spreken in het bijzijn van de kinderen. Wanneer u vermoedt dat dit het geval zou kunnen zijn, kunt u als handreiking naar mensen, tijdens het gesprek bijvoorbeeld ook aangeven dat men u mag bellen als er zaken zijn die men wil meedelen maar die niet in de groep besproken kunnen worden.

Samenvattend: Huisbezoek is een taak van predikanten en ouderlingen; alleen als het niet anders kan, kunnen diakenen meegaan op huisbezoek. Een diaken zal tijdens een huisbezoek functioneren als ‘hulpouderling’ en moet als zodanig zijn plaats kennen, maar tevens kan hij tijdens een huisbezoek als diaken een onderzoek doen naar eventuele nood of juist de gaven van de gemeenteleden inventariseren en tot een diaconale houding stimuleren.

In het geval dat de diakenen niet meegaan op huisbezoek, zouden ze moeten stimuleren dat ook predikanten en ouderlingen erop letten of er diaconale aandachtspunten in een gezin zijn.Tijdens de rapportage van de huisbezoeken zouden ze dan hierover moeten rapporteren. En dat geldt niet alleen voor financiële nood, maar ook voor immateriële noden zoals eenzaamheid of arbeidsongeschiktheid. Dit voorkomt dat gemeenteleden zich door de diaconie in de steek gelaten voelen, nadat ze huisbezoek hebben gehad.

Diaconale bezoeken

Veel gemeenteleden denken dat er bij de diaconie alleen belangstelling is voor materiële nood, maar in onze tijd zijn het vooral de immateriële noden die groot zijn en de aandacht van de diakenen vragen. Los van hun betrokken zijn in de huisbezoeken zoals beschreven in de vorige paragraaf, leggen diakenen ook zelfstandig bezoeken af bij gemeenteleden, daar waar ze denken of weten dat hulp nodig is, hetzij materieel of immaterieel. Het is hun verantwoordelijkheid om zich er ambtelijk vanuit de gemeente van te vergewissen dat er daar waar nood is, voldoende, goede en verantwoorde hulp geboden wordt, hetzij door de diaconie zelf, hetzij door een ander.

Voor de diaken die op diaconaal bezoek gaat, geldt in alle gevallen, dat hij zich moet realiseren dat het gaat om ambtelijk bezoek. Diaconale bemoeienis is ambtelijke bemoeienis, wat wil zeggen in opdracht van en met gezag van Christus.

Bij huisbezoeken, dus ook bij die bezoeken waar over financiële problemen wordt gesproken, moeten Schriftlezing, gebed en ‘troostrijke redenen uit het Woord van God’ een wezenlijke plaats hebben en mogen niet ontbreken.

Diaconaat is liefdewerk; diaconaal werk en diaconale begeleiding moet vanuit de Heilige Schrift opkomen en moet liefde en bewogenheid met het lot van de naaste uitstralen.

Zeker bij een eerste bezoek, maar ook in gevallen waar tere of juist kwestieuze zaken aan de orde komen, is het van belang dat de diaken niet alleen, maar in gezelschap van een medebroeder het bezoek aflegt. Dit voorkomt dat zijn rapportage als onjuist of onvolledig kan worden aangemerkt en is in lijn met wat in de Bijbel staat in Deuteronomium 19:15: ‘Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde … op de mond van twee getuigen of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan’.

Maak als diaconie afspraken of diakenen die alleen op huisbezoek gaan, bij financiële nood een klein bedrag mogen geven zonder dat hierover eerst vergaderd moet worden. Door diakenen een volmacht te geven tot een bescheiden bedrag kan bij onverwachte financiële problemen snel worden gehandeld. Bij een dergelijk onverwachte nood is het van belang dat de diaken globaal de nood inventariseert, dat hij eventueel met een klein bedrag de acute nood lenigt, maar dat hij verder geen andere toezeggingen doet dan dat hij deze zaak eerst verder bespreken zal met zijn medebroeders en dat hij hierop zo spoedig mogelijk terug komt. Probeer bij het inschatten een redelijke termijn in acht te nemen. Zo hoeft voor een vraag of de diaconie over twee maanden kan ondersteunen bij het betalen van reiskosten voor schoolgaande kinderen geen extra vergadering bijeen te worden geroepen. Anders is het als iemand binnen een week uit zijn huis gezet zal worden.

Er zijn ook diaconieën die het beter achten dat in genoemd geval de diaken eerst contact opneemt met de andere broeders alvorens geld te geven. Contact kan tegenwoordig snel gelegd worden via
e-mail, telefonisch of persoonlijk.

Als u een afspraak maakt, kom deze dan na; wat voor u een klein probleem lijkt, kan voor de ander erg belangrijk zijn. Kunt u een afspraak niet nakomen, bijvoorbeeld omdat er nog niet over gesproken is, bel dan op en deel dit mee.

De voorbereiding van een bezoek

Zoals hierboven al is opgemerkt, is het doel van huisbezoek het vragen naar de staat van de ziel voor de eeuwigheid, en is het doel van een diaconaal bezoek het in kaart brengen van de aard en de omvang van een probleem waarbij hulp geboden moet worden. Om dat doel te kunnen bereiken, is een goede voorbereiding van het bezoek van groot belang.

Begin de voorbereiding van een ambtelijk bezoek met gebed. Breng in dit gebed de noden en zorgen van de gemeenteleden die zullen worden bezocht bij de Heere, maar belijdt Hem ook uw eigen opzien en tekorten als ambtsdrager(s).

Juist in en door het gebed heeft menig ambtsdrager ervaren dat de Heere uit en door wil helpen (soms op wonderlijke wijze) in moeilijke situaties en bij moeilijke bezoeken.

Ga na of u de achtergronden van de gemeenteleden voldoende kent. Bijvoorbeeld of er uitwonende kinderen zijn, of in de achterliggende tijd ingrijpende dingen in de familie gebeurd zijn en of er bijzondere omstandigheden zijn zoals eerdere diaconale ondersteuning (kijk na in de diaconiemap, zie paragraaf 3.4).

Stel vervolgens vast wat het doel van uw bezoek is en ga voor u zelf na wat u in het komende bezoek wilt zeggen. Welke onderwerpen gaat u aan de orde stellen?

Maak eventueel korte aantekeningen op papier, zodat u na afloop van uw bezoek kunt nagaan of u alle onderwerpen hebt besproken.

Denk na over een te lezen Bijbelgedeelte dat past in de verwachte situatie (zie lijst van Bijbelgedeelten voor speciale situaties).

Bepaal alvast globaal voor u zelf hoe u zult kunnen nagaan of u uw doel hebt bereikt en tevreden zult kunnen terugzien op het bezoek.

Het gesprek tijdens een bezoek

‘Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande’, staat in Spreuken 18:13. In aansluiting op wat de Spreukendichter lang geleden schreef, moet elk ambtelijk bezoek, dus zowel het periodieke huisbezoek als een individueel pastoraal of diaconaal bezoek, bestaan uit drie elementen, namelijk: a) luisteren, b) spreken en c) handelen.

 

Luisteren

Het is zeer belangrijk dat het gesprek plaatsvindt in een goede sfeer. Probeer dus eerst degene(n) met wie u spreekt, op zijn/haar gemak te stellen. Prijs iemand die hulp nodig heeft daarin, dat hij zover is gekomen dat hij tot de erkenning is gekomen dat hij met een probleem zit en daar ook hulp voor wil en durft te zoeken. Als de uitnodiging van het gesprek uitgaat van het gemeentelid, zou u bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Het is goed, dat u hiermee bij mij komt en dat we er eens samen over kunnen praten om te zien of en hoe de diaconie u hierbij kan helpen.’

Ga zelf het gesprek in zonder vooringenomenheid. Beken voor uzelf en zie eerlijk onder ogen dat het ene gemeentelid u meer ‘ligt’ dan het andere. Pas op dat u uw opstelling niet door uw gevoelens van anti- of sympathie laat bepalen.

Laat het gemeentelid eerst goed uitleggen wat zijn probleem of hulpvraag is en respecteer hem daarbij in zijn mens (= schepsel Gods!) zijn. Dikwijls kan iemand zelf nog niet goed onder woorden brengen wat er eigenlijk aan de hand is. Veelal worden in gesprekken zaken echter duidelijker als u ze vragenderwijs aan de orde stelt. Laat de ander dus zelf al pratende nadenken over zijn moeilijkheden en formuleer ze niet voor hem, want dat laatste schept juist afstand. Stel daarom zelf in het begin alleen verhelderende vragen, zowel over de feiten als met name ook over de gevoelens die de persoon daarbij heeft, maar houd uw eigen gedachten nog voor u. Stel vragen, zoals: ‘Leg dat nog eens iets duidelijker uit’. ‘U vertelt het zo nuchter, maar wat voelt u daar nu bij?’ Laat zoveel mogelijk de ander praten en corrigeer of interpreteer nog niet.

Goed en betrokken luisteren is belangrijk voor het tot stand brengen van contact maar ook voor het scheppen van een basis voor een boodschap, passend bij die bepaalde situatie.

De Heere kan u, terwijl u luistert, al gedachten geven om straks op een gepaste wijze het Woord aan de orde te stellen.

Probeer bij het luisteren goed onderscheid te maken tussen de mens als mens en de mens in zijn situatie. Het is een bekende valkuil dat men zich kan laten meesleuren in de golven van de nood van de medemens. Al luisterend kunt u als diaken zich zo vereenzelvigen met de nood van de medemens, dat er geen ruimte meer overblijft voor een boodschap. Dan kan uw gemeentelid aan het eind van het gesprek wel een fijn gevoel hebben overgehouden en u als ambtsdrager misschien ook, maar op deze manier is ambtelijk bezoek beperkt gebleven tot pure medemenselijkheid. Bezoek daarom zoveel mogelijk met twee broeders.

Ambtelijke diaconale hulpverlening is méér. Diaconale hulpverlening dient geplaatst te zijn in het Bijbelse kader van de boodschap van zonde en ellende, barmhartigheid en verlossing. Die notie mag in een ambtelijk bezoek nooit gemist worden. Laat dus een welgemeende betrokkenheid vergezeld gaan van een stuk distantie, afstand. Afstand is wat anders dan afstandelijkheid. Met afstand wordt bedoeld: de zaak bekijken zonder dat je er zelf deel of partij in wordt; afstandelijkheid betekent: niet willen luisteren en niet willen proberen een brug te slaan naar de ander. Maar pas dus altijd op voor voorbarige antwoorden en voor te snel veroordelende antwoorden. Bedenk ook dat in geval er overgegaan wordt tot financiële hulpverlening, het goed is na te gaan hoe er in het verleden gehandeld is in vergelijkbare situaties.

 

Spreken

Als het goed is, komt het op een gegeven moment toch tot een uitwisseling van gedachten. Als dat het geval is, dan is er contact. De nood van het lid moet zakelijk en inhoudelijk besproken worden als en voor zover dat op uw terrein en binnen uw mogelijkheden als diaken en als mens ligt. De aanleiding dat u iemand bezoekt, is de nood waarin iemand verkeerd, maar vergeet nooit dat u een boodschap hebt voor de mens in die nood.

U moet altijd voor ogen houden dat uw ambtelijk bezoek en uw ambtelijk gesprek plaatsvinden coram Deo, voor het aangezicht van God. Dit behoedt voor horizontalisme.

Uw ambtelijk spreken zal altijd moeten zijn vanuit het licht van het Evangelie. U komt als ambtsdrager met het Woord. Vergeet daarbij niet dat u zelf ook staat onder het Woord. Houd in het oog dat u ook maar een mens bent tegenover een medemens. Stel u niet boven iemand, maar naast hem of haar. Juist dan komt er ruimte om te spreken vanuit het Woord. Gebruik het Woord als een middel om de situatie te doorgronden en te verwerken.

Soms liggen zaken zo duidelijk dat u met helderheid de weg kunt aanwijzen vanuit het Woord, doch in veel gevallen liggen de zaken veel gecompliceerder. Wees dan uitermate voorzichtig in uw bewoordingen. En, voorzichtigheid is wat anders dan onduidelijkheid!

Probeer vragenderwijze verder te komen en stel, als het moment daarvoor gekomen is, bijvoorbeeld eens een vraag in de zin van: ‘Merkt u hierin ook de hand des Heeren op?’ of: ‘Wat zou de Heere hiermee nu kunnen bedoelen?’

 

Handelen

In de loop van een gesprek, meestal aan het eind als er wat verduidelijking van het probleem is gekomen, komt er dikwijls een moment dat er iets van u wordt verwacht of dat u zelf meent nu toch wel iets te moeten doen.

Vooral in crisissituaties hebben ambtsdragers vaak het gevoel dat ze heel veel dingen moeten doen, maar soms zult u moeten constateren niets voor die ander te kunnen doen, of mogen constateren niets voor die ander te hoeven doen dan alleen aandacht geven.

Soms is een verwijzing naar een deskundige instantie nodig en misschien kunt u helpen die verwijzing tot stand te brengen.

Soms moet u zelf iets ter hand nemen. Pas echter bewust op dat u niet te veel hooi op uw vork neemt of verder wilt springen dan uw polsstok lang is. Bij een mens in nood, vooral als die nood psychisch van aard is, willen we zo graag van alles doen. Het gevaar is echter groot dat we ons in onze overmoed geweldig vertillen aan de zwaarte van de nood.

Het komt voor dat mensen uit een gevoel van machteloosheid of verontwaardiging iets willen oppakken, wat vervolgens helemaal misloopt. Heb er als ambtsdrager oog voor hoe beperkt u bent en denk niet: ‘Dat regel ik wel even’.

Laat het bovenstaande u niet demotiveren tot daadwerkelijk handelen, maar heb oog voor uw eigen beperkingen.

Heb ook niet de gedachte en laat u zich ook dat gevoel niet aanpraten dat u in elke voorkomende situatie iets móét doen. Mensen verwachten vaak ten onrechte dingen van ambtsdragers. Bedenk dat men soms wel erg gemakkelijk veronderstelt dat de kerk wel zal kunnen oplossen wat men zelf tot een probleem heeft gemaakt.