wezen 

 

De diaken en het diaconaat in  

de gemeente 

 

  

 

 

 

Het diakenambt is ingesteld om de dienst der barmhartigheid in de gemeente goed te

laten functioneren. Wat betekent dit in de praktijk? 

 

 Het formulier tot bevestiging van ouderlingen en diakenen onderscheidt in het ambt van de diakenen twee aspecten: ten eerste de inzameling en de bewaring van de gegeven aalmoezen en goederen en het vlijtig helpen toezien dat vele goede middelen gevonden mogen worden, en ten tweede de uitdeling met onderscheidingsgave en voorzichtigheid enz. Dat betekent allereerst dat zij tijdens de eredienst inzameling van gaven houden; de diaconale collecte is deel van de eredienst (zie 1 Korinthe 16: 2 en H.C. zondag 38). Maar daarmee houdt het niet op. Er is ook het beheer en het uitdelen van de gaven.

De taak van de diakenen reikt veel verder dan alleen financiële aangelegenheden, hoewel die uiteraard een belangrijk deel van het werk uitmaken. ‘Vele goede middelen’ betekent dat hun werk de hele dienst der barmhartigheid betreft. Het is de taak van de diakenen om de gemeenteleden op te wekken zich in te zetten voor hun naaste in de gemeente en daarbuiten op meer manieren dan alleen via het geven van geld. De diakenen initiëren, stimuleren en coördineren allerlei vormen van hulpbetoon in de gemeente. Zij onderstrepen de Bijbelse plicht tot het elkander liefhebben en het dragen van elkanders lasten. In een christelijke gemeente behoort het zo te zijn dat men aandacht heeft voor elkaar, dat men meeleeft met mensen die zorgen hebben en dat men onderlinge praktische hulp biedt waar dat nodig en mogelijk is.

Als diakenen nood in de gemeente tegenkomen, kunnen zij niet persoonlijk al deze nood oplossen, maar dat is ook niet nodig. Voor het helpen in de gemeente mogen en moeten zij ook een beroep kunnen doen op familie, buren en andere gemeenteleden. Zo kunnen zij bijvoorbeeld een beroep doen op vrouwen uit de gemeente om eenzamen te bezoeken, kleine werkzaamheden te verrichten zoals boodschappen doen, een brief posten e.d. Voor een gemeentelid met financiële problemen kan (met toestemming van het lid) hulp gevraagd worden aan een gemeentelid dat deskundig is op dit gebied voor bijvoorbeeld het invullen van formulieren.

De diakenen blijven er echter verantwoordelijk voor dát er geholpen wordt en hebben de ambtelijke taak om de hulpverlening, zoals die naar de normen van Gods Woord geboden moet worden, te initiëren en datgene wat er gebeurt te stimuleren en te coördineren. De diakenen blijven (eventueel op afstand) volgen wat er gebeurt en laten zich door degene(n) die aan de hulpverlening uitvoering geven, op de hoogte houden, bijvoorbeeld via rapportage.

En dit geldt niet alleen die hulpverlening die op verzoek van diakenen tot stand komt. Soms functioneren er in de gemeente reeds spontaan georganiseerde vormen van naastenhulp. Hiervoor geldt hetzelfde. Laat ook die vormen van hulpverlening altijd onder toezicht of met medebetrokkenheid van de kerkenraad (diaconie) plaatsvinden en vraag vertegenwoordigers periodiek aan de kerkenraad of diaconie te rapporteren. Hierdoor zullen goedbedoelde activiteiten minder snel een andere richting opgaan of een andere inhoud krijgen als bedoeld en zullen de vrijwillige werkers zich meer gewaardeerd voelen door de kerkenraad. Spreek als diaconie met de groepen vrijwilligers door hen uit te nodigen op een vergadering van de diaconie of op een kerkenraadvergadering of bezoek met enkele broeders een vergadering van de commissie of groep. Laat dit niet door één diaken doen, dan kan het beeld ontstaan ‘dat de kerkenraad niet naar hen omziet’. Wanneer het steeds dezelfde diaken is, die langs komt, dreigt het gevaar, dat die persoon op den duur niet meer als vertegenwoordiger van de kerkenraad, maar als medecommissielid gezien wordt.

Het ambt van de diaken in deze tijd

In de twintigste eeuw heeft de overheid de armenzorg helemaal naar zich toe getrokken. Dat heeft er toe geleid dat de armenzorg, voor wat het financiële aspect betreft, voor de diaconieën voor een groot deel is weggevallen. Dit mag echter de christelijke kerk niet verleiden tot de gedachte dat het diakenambt daardoor overbodig is geworden. Integendeel, de invulling van het ambt moge anders zijn geworden, maar de Bijbelse opdracht tot dienst der barmhartigheid geldt onveranderd.

De taak van het diaconaat is, althans wat betreft de diaconale hulp binnen onze landsgrenzen, meer aan de immateriële kant van de zaak komen te liggen. De diaken in de gemeente zal meer te maken krijgen met psychische en sociale nood. In vele gevallen zal daarbij ook gebruik gemaakt moeten worden van professionele hulp en zal de diaken zich in zijn ambtelijk werk ook gedwongen voelen om met professionele hulpverleners te overleggen of samen te werken. Een belangrijke taak voor het diaconaat in onze gemeenten is dan ook om ervoor te zorgen dat identiteitsgebonden professionele hulp beschikbaar en bereikbaar is.

Het opzetten van organen voor professionele hulp zal meestal alleen mogelijk zijn in breder verband, classicaal, synodaal of interkerkelijk. Dit vereist samenwerking van diaconieën. Een synode benoemt voor zulke taken (diaconale) deputaatschappen, die ‘mandaat’ (=opdracht) krijgen ervoor te zorgen dat dit aspect van diaconale zorg gerealiseerd wordt. Voor onze gemeenten zijn dit de deputaatschappen tot Hulpverlening in Bijzondere Noden (BN) en Diaconale en Maatschappelijke Zorg (DMZ).

In deze tijd zal elke diaken daarom ook kennis moeten nemen van hetgeen in bredere kerkelijke vergaderingen en verbanden op diaconaal gebied wordt besproken en besloten.